Helaas is het onderstaande ook geen prioriteit voor onze regering : er moet nog meer economische activiteit komen, nog veel meer inwoners (en dus verkeer, huishoudelijke uitstoot,…) in ons al overbevolkte landje, iedereen moet dagelijks de file in naar Brussel/Antwerpen (en krijgt in de file hopen fijn stof binnen), … Dat dit leidt tot enkele honderduizenden doden stoort blijkbaar niet.
‘2,5 tot 12,5 procent van de niet-rokende Vlamingen sterft uiteindelijk aan kanker als gevolg van milieuvervuiling.‘ Dat zegt Nic Van Larebeke, specialist kankerpreventie van de UGent en woordvoerder van het Steunpunt milieu en gezondheid.
volgens Van Larebeke moet 10 tot 50 procent van alle kankers bij niet-rokers in Vlaanderen toegeschreven worden aan de verschillende vormen van vervuiling. Hij haalt de rokers - nog steeds een vijfde van de bevolking - uit zijn cijfers, omdat die uiteraard nog veel vatbaarder zijn voor bijvoorbeeld longkanker. Kanker is inmiddels de belangrijskte doodsoorzaak bij mannen en kent nog steeds een steile opmars bij vrouwen: ongeveer een kwart van alle sterfgevallen heeft te maken met kanker.
In absolute cijfers levert dat een indrukkwend aantal slachtoffers van vervuiling: 125.000 tot 625.000 niet-rokenede Vlamingen bezwijken in de loop van hun leven aan kanker en hart- en vaataandoeningen die Van Larebeke toeschrijft aan milieufactoren. ‘Voor een goed begrip: kanker is altijd een samenloop van veel factoren, waaonder het milieu. Maar er is gaan kanker in Vlaanderen die niét met het milieu te maken heeft.’
Van Larebeke bijt zich vast in luchtvervuiling en dan vooral in fijn stof. ‘We onderschatten nog steeds de impact van lage dossisen fijn stof. Een student van mij becijferde in zijn doctoraat dat we 10.000 dodelijke longkankers per miljoen inwonders mogen toeschrijven aan fijn stof. Voor hart- en vaatziekten is dat allicht van dezelfde oder.’
De Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) hanteert (veel) lagere slachtoffercijfers voor fijn stof, maar EU-studies geven Van Larebeke gelijk. Gemiddeld sterven Vlamingen een tot drie jaar te vroeg.